
Op vaste tijdstippen, drie keer gedurende het propedeusejaar en twee keer per jaar in de hogere studiejaren, wordt iedere student beoordeeld. In deze evaluatievergaderingen onder leiding van de artistiek leider bespreken de docenten de beoordelingen van iedere student. Na de evaluatievergadering bespreekt de artistieke leiding met iedere student de beoordeling en de consequenties daarvan voor het volgende semester of voor het nieuwe studiejaar. Ook de eigen projecten en de stages worden in een gesprek geëvalueerd. Op deze wijze is er een voortdurend en intensief contact tussen de opleiding en de student.