
In de eerste twee jaren van de opleiding – basisopleiding – krijg je volop de gelegenheid om je als maker te ontwikkelen, zonder dat er al sprake is van een pedagogisch-didactische verantwoordelijkheid. Je traint je talent en vaardigheden als speler, maker en (ruimtelijk) vormgever binnen de veiligheid van de opleiding. Analytisch inzicht, (theoretische) reflectie en visieontwikkeling zijn hierbij van wezenlijk belang.
In de lessen, workshops of projecten komen aan bod: spel, mime, theatermaken, regie, ruimtelijke vormgeving (belichting, decor, kostuum, video), muziek, spelpedagogie, theaterpedagogie, stem, zang, dans, dramaturgie, repertoire, theatergeschiedenis, theateroriëntatie. Je voert ook praktijkopdrachten uit, zoals maaketudes, speletudes, werketudes, regie-etudes, vanuit vormgeving, regie-etudes vanuit spel en muziek. Andere praktijkopdrachten richten zich op een oriëntatie op de beroepspraktijk.
In de laatste twee jaren van de opleiding – vakopleiding – ligt het accent volop op de ontwikkeling van je theaterpedagogische vaardigheden als maker in de praktijk van de Theaterdocent. In de lessen, workshops of projecten komen aan bod: praktijk van de theaterdocent, theaterpedagogie, theaterdidactiek, tekstbewerking, spel-en tekstregie, beeld en compositie, ruimtelijke vormgeving (decor/belichting), videotheater, theatergeschiedenis, (kunst)filosofie, spel, stem, muziek. Deze zijn voorbereidend op of ondersteunend bij de diverse praktijk-en afstudeeropdrachten, die je in deze jaren uitvoert.
De praktijkopdrachten in het derde jaar zijn: een theatertraining aan jongeren, een theatercursus op een jeugdtheaterschool, een workshop en een project op een school voor voortgezet onderwijs, een voorstelling met spelers van het huisgezelschap van de opleiding en een kijkstage bij een educatieve dienst.
Om af te kunnen studeren schrijf je aan het begin van het vierde jaar je afstudeerplan, waarin je beschrijft welke opdrachten je met wie gaat uitvoeren en wanneer.
De afstudeeropdrachten behelzen: project vanuit ruimtelijke vormgeving, Community theaterproject, educatief project, schoolworkshop, voorstelling en vakessay. Minimaal één van deze opdrachten voer je in het buitenland uit. De opleiding onderhoudt praktijkcontacten met Curacao, Izmir/Karaburun, Berlijn en Gent. Na goedkeuring van je afstudeerplan door de afstudeercommissie voer je de opdrachten volgens planning uit.
Na het behalen van je diploma 'Bachelor of Theatre in Education' wacht de praktijk.