
Studenten komen de opleiding binnen met een eigen ‘bloedgroep’. Sommigen voelen zich verwant met teksttoneel. Anderen hebben meer affiniteit met muzikaal theater. Weer anderen voelen zich meer performer/entertainer dan acteur voor het repertoiretoneel.
De school neemt dit gegeven van de ‘bloedgroepen’ serieus. Toch is het onderwijsaanbod in de eerste twee jaar voor alle studenten zo goed als gelijk.
De ervaring heeft ons geleerd dat de verbreding van het aanbod in de eerste jaren juist ten goede komt aan de uiteindelijke specialisatie en de verdieping ervan. Met andere woorden: een tekstacteur die in de basis van zijn of haar opleiding ook te maken krijgt met muzikaal theater en theatermaken ontwikkelt zich hierdoor tot een veelzijdige en eigenzinnige tekstacteur. De muzikaal performer die grondig toneellessen heeft gevolgd en de literatuur kent, wordt een interessantere theaterzanger of cabaretier.
Wie naar de huidige theaterpraktijk kijkt ziet dat in veel toonaangevende theatervoorstellingen - of het nu in de kern toneel of muziektheater is - gebruik gemaakt wordt van meerdere disciplines en genres die met elkaar versmelten.
Met ons opleidingsprogramma lopen wij voorop in deze ontwikkeling, zonder dat we de oorspronkelijke ‘bloedgroep’ laten verwateren en vervlakken. Integendeel.
De eerste twee jaren zijn basisjaren, waarin de student verplichte vakken, trainingen en projecten volgt, die gezamenlijk de elementaire grondslagen moeten leggen voor vakmanschap, artistieke ontwikkeling en vakinzicht. Denk hierbij aan acteren, muziek, beweging, zang, stem, theorie, tekstschrijven, compositie en programmamaken.
Verder wordt er al in kleine zelfgemaakte voorstellingen en in een geregisseerd project gespeeld.
In het derde jaar wordt het lesaanbod meer gericht en op maat gesneden. Teksttoneel en muzikaal theater zijn de te onderscheiden specialisaties.
Zo kan de student zich ontwikkelen tot acteur voor het moderne en klassieke repertoiretoneel en tot acteur voor het muzikaal theater en het theaterentertainment. Bij gebleken aanleg kan een derdejaars student zich als podiumkunstenaar/maker ook gaan toeleggen op het maken en spelen van eigen werk (van drama tot cabaret en theaterentertainment).
In het laatste jaar van de opleiding staan een stage buiten de school en afstudeerprojecten op het programma.
De Amsterdamse Toneelschool&Kleinkunstacademie werkt nauw samen met de andere opleidingen van de Theaterschool, in het bijzonder met de Regie Opleiding.
Er bestaat in specifieke gevallen de mogelijkheid om na de bacheloropleiding door te stromen naar de
master Theaterzanger/Singerperformer.